
Na
het filmen aan de windmolen van Onze - Lieve - Vrouw - Lombeek
trokken de makers van Kurrel & Co. naar het Kasteel Ter Heyde te Vladslo, een locatie die niet eerder gebruikt
werd maar die absoluut past in dit Kapitein Zeppos vervolg. Het kasteel dat gebouwd werd op een motte bevindt zich
in een park nabij de grens met de gemeente Bovekerke. De eerste beschrijvingen van het kasteel gaan terug tot 1450,
al zijn er aanwijzingen dat het reeds in 1419 bestond.
Het grondgebied waarop het kasteel gebouwd werd was van het begin van de 11de eeuw tot het midden van de 15de eeuw
eigendom van de heren van Eine de Heerlijkheid. De eerste beschreven eigenaar van het kasteel was Laurentia van
Essenne dame van Ter Heyden in 1450. Haar zoon Robrecht, uit haar huwelijk met Jan II van Rokeghem erfde
het landgoed.
De vroegste
verwijzingen naar het kasteel zijn te vinden in het leenboek van het leenhof van Middelburg in Vlaanderen en
dateren van 1479. Volgens het leenboek was de toenmalige eigenaar Robrecht Rokeghem, ondertussen getrouwd was met
Isabella Van De Gracht. Naast het kasteel bezat van Rokeghem ook de twee aanpalende boerderijen. Robrecht van Rokeghem
overleed op 18 april 1494 en Ter Heyde werd geërfd door zijn dochter Josine. Via erfenissen, verkopen en huwelijken ging
Ter Heyde vervolgens over op verschillende families.
In het begin van de 17de eeuw werden dringende renovatiewerken uitgevoerd aan het kasteel en het neerhof, de gravure van
Antonius Sanderus in Flandria Illustrata dateert uit deze periode. In 1842 kwamen het kasteel en de gronden in
het bezit van de familie Crombrugghe de Picquendaele, het domein bleef in deze familie tot het in 2000 verkocht
werd aan de NV Janel uit Roeselare.
Het kasteel
Ter Heyde werd in Kurrel & Co. gebruikt als de residentie van Dhr. van Parijs (Bert Struys) en zijn kleinzoon
Tomas (Arne Focketyn). De kortfilm begint met een nachtopname van het kasteel gevolgd door een aantal scènes
opgenomen in het kasteel en op de kasteelgronden uiteindelijk leidend tot de kidnapping van Dhr. van Parijs en
de diefstal van het schilderij. Later in de film bezoeken Ben Kurrel (Steph Baeyens) en Jeroen (Mathias Sercu) het
kasteel om de butler Corneel (Sjarel Branckaerts) en Thérèse de huishoudster (Marijke Pinoy) te ondervragen.