|
Avonturier: Waar haalde u het idee om Kurrel & Co. te maken en hoelang duurde het om dit te
voltooien?
Ludovic Beun: Ik
moest een leuk idee hebben voor mijn eindwerk, en na lang denken over verschillende projecten zoals een muziekprogramma,
schoot dit op de een of andere manier me ineens te binnen: ik ga een vervolg maken op Kapitein Zeppos... Terwijl ik die reeks
daarvoor eigenlijk niet echt kende en ze zeker niet bestudeerd had. Mei 1998 heb ik het voorstel gedaan aan de verantwoordelijke
van de televisieafdeling op het RITS (Vincent Rouffaer, jawel regisseur maar ook ZOON VAN Senne, de Kapitein!!! -hij vond dit
een merkwaardig maar ook wel grappig & aanstekelijk idee). In de zomer heb ik aan het concept gesleuteld, in het najaar van
1998 heb ik gewerkt aan het scenario en begin 1999 zijn de préproductiefase, casting, repetities, ... begonnen, om vervolgens
in april 1999 te draaien en mei 1999 te monteren.
A: Uw affectie voor de originele 'Kapitein Zeppos' serie schittert in Kurrel & Co., wat
maakt de serie zo speciaal voor u?
LB: De serie is voor mij echt een icoon en hét typevoorbeeld van een perfecte jeugdreeks. Het bezat ook een
perfecte mix van Vlaamse volksaard en exotische elementen (de amfibiewagen, schermen, de Kapitein op zich,...). En dat
allemaal werd gemaakt met de beperkte Vlaamse middelen. Top.
A: Ondervond u enige moeilijkheden om het 'Kapitein Zeppos' formaat en of de karakters te
mogen gebruiken? Was het gemakkelijker om dit te doen als student of omdat de productie niet commercieel was?
LB: Ik ondervond geen enkele moeilijkheid om de karakters etc te gebruiken aangezien ik: (a) een product maakte
dat niet voor circulatie bestemd was, (b) geen enkele winstbejag voor ogen had, (c) dit eigenlijk een 'oefening' was, (d) de
morele steun had van Senne Rouffaer en Bert Struys and (e) eigenlijk de toestemming niet heb gevraagd.
A: De film is opgevat als een pilootaflevering van een serie. Heeft u het ganse verhaal
uitgewerkt om dan enkel een stuk te filmen?
LB: Ik heb niet het hele verhaal in detail uitgewerkt, maar ik wist wel hoe het tweede
deel ineen zou kunnen steken, en wat daarvan de consequenties waren voor het eerste deel zodat uiteindelijk alles wel zou
kloppen...
A: Heeft u ooit de gedachte gehad om het verhaal af te werken?
LB: Ik heb uiteraard vlak na dit project een paar keer gesignaleerd dat dit project misschien wel heel tof
zou kunnen worden, mocht dit een vervolg kennen. Uiteindelijk ben ik daar niet op verder doorgegaan omdat ik direct na
Kurrel & Co. op de VRT als regisseur van allerlei leuke projecten kon beginnen, bovendien wou ik niet door het leven
gaan als "leurder van de nieuwe Kapitein Zeppos".
A: Welk budget was er beschikbaar voor het programma, en hoe kreeg u dit bij elkaar om zulk
een professioneel product te bekostigen?
LB: Van het RITS uit was er een budget van om en bij de €2500, maar ik had véél méér nodig om het te maken
zoals ik het in mijn hoofd had, en daarom heb ik uiteindelijk om en bij de €75000 aan sponsoring gevonden. Waarvoor nog
eens dank aan alle sponsors en Zeppos-fans!!
A: Voor een studieproject is Kurrel & Co. gezegend met een indrukwekkende 'crew',
zowel in kwaliteit als aantal. Is het de gewoonte dat er aan film en televisieprojecten aan de Erasmushogeschool zoveel volk
meewerkt?
LB: Neen,
het is niet echt de gewoonte dat er zoveel mensen aan een eindwerk meewerken, maar het is ook niet de gewoonte om fictie van
langer dan 10 minuten te maken, en zeker niet met al die verschillende locaties. Daarom wisten we allemaal dat we er
helemaal voor moesten gaan of niet, en hadden we vrij snel door dat een uitgebreide ploeg geen overtollige luxe zou zijn.
A: Bestond de 'crew' van Kurrel & Co. uit medestudenten of andere mensen met amateur en
professionele achtergrond?
LB: Kurrel & Co. is gemaakt door medestudenten, er waren wel zoals bij alle eindwerken
op het RITS af en toe docenten of vaklui in de buurt, om te zien hoe de dingen verliepen...
A: Kurrel & Co. bevat verschillende nostalgische verwijzingen naar de originele serie.
Vooral de gastoptredens van Bert Struys als 'Opa' en Senne Rouffear als Kapitein Zeppos. Hoe kreeg u het voor mekaar om
deze twee legendarische acteurs te strikken voor wat eigenlijk een schoolproductie was?
LB: Deze twee helden van mij waren, tot mijn grote verbazing, gewoon geweldig enthousiast
en vereerd dat ik met dit ding kwam opdraven, en werkten dan ook met alle plezier mee aan het eindwerk. Waarvoor nog altijd
eeuwige dank, Bert en Senne!!!
A: Hoe was om met Bert and Senne te werken?
LB: Te mooi voor woorden.
A: De hoofdacteur in Kurrel & Co., Steph Baeyens, was niet te zien in de originele serie,
de rol van Ben werd oorspronkelijk vertolkt door Raymond Bossaerts. Was er een specifieke reden waarom deze rol
'gerecast' werd?
LB: Enerzijds omdat Raymond al iets te oud was om de dynamische en atletische held te
spelen, en anderzijds omdat Raymond sowieso verhinderd was om aan het project mee te werken.
A: Hebt u ooit met het idee gespeeld om ook een nieuwe Kapitein Zeppos te casten, of was het
van in het begin de bedoeling Senne Rouffaer een gastrol te laten spelen?
LB: Ofwel was het mét de echte Kapitein, of het was zonder Kapitein.
A: Naast de optredens van de heren Rouffaer en Struys, keerde uw project ook terug naar dé
locatie van de originele serie: de windmolen van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. Hoe voelde het om te filmen op de plaats die
onafscheidelijk verbonden is met Kapitein Zeppos?
LB: Magisch... Op de een of de andere manier hing de geest van de originele filmploeg
er nog rond, en ik ben er ook redelijk zeker van dat die pioneers er vanuit de nok van de molen voor hebben gezorgd dat
alles goed kwam met Kurrel & Co....
A: Kurrel & Co. werd bijna volledig opgenomen op locatie. Vindt u opnemen op
deze manier efficiënter dan het bouwen van sets in een studio?
LB: Het heeft in elk geval een authenticiteit die zeer moeilijk na te bouwen is in
studio, bovendien had ik als student natuurlijk langs geen kanten het budget om geloofwaardige sets te laten bouwen in
een studio.
A: De nieuwe locaties die u koos voor uw productie waren zeer geschikt en pasten perfect
in de wereld van Kapitein Zeppos, Ben Kurrel en hun avonturen. Waar werden de scènes opgenomen en hoe koos u samen met
het productieteam deze locaties?
LB: Het Kasteel is in Vladslo bij Diksmuide en straalde echt perfect de sfeer uit die ik
voor ogen had. Het dorp waar alles zich afspeelt, is gedraaid in de geweldig pitoreske straatjes van Veurne-centrum, omdat die
een geweldig 'tijdloos Vlaanderen' uitstraalden en de auto-achtervolging hebben we gedraaid in het platteland van Wervik (mijn
geboortestad), vooral omdat we daar ook een zeer geschikte plaats hadden om de Leie in te varen met de amfibiewagen. Die
kon immers niet eender waar te water gaan, en had 'een zachte inglijding' nodig...
A: Een andere opgave voor de productie was het vinden van een bedrijfsklare Amphicar. Hoe
heeft u er een gevonden en goed konden de acteurs er mee overweg?
LB: Als bij
toeval heb ik de periode dat het concept ontwikkeld werd, een reportage op TV-Brussel gezien over zo'n amphicar en over de
eigenaar ervan, Mr. Plasch. De man was, weer tot mijn grote maar dankbare verbazing, vrij snel bereid om zijn juweeltje uit
te lenen aan die maffe student van het RITS. Die wagen was natuurlijk één van dé attracties uit het eindwerk, maar het was niet
altijd even simpel om ermee te rijden, laat staan te varen. We moesten bv. een wilde autoachtervolging verfilmen en
suggereren, alleen kon het wagentje niet sneller rijden dan 60km. per uur. De aandachtige kijker zal dan ook merken dat een
paar beelden van die achtervolging toch wel een beetje versneld zijn...
A: Kurrel & Co. was een eindwerk. Had u er, toen u het maakte in 1999, ook andere
ambities mee zoals uitzenden, video release?
LB: Neen, ik was al blij dat ik zo een spectaculair en plezant eindwerk mocht en kon
draaien... Dat er nu af en toe nog altijd over gesproken en zelfs geschreven wordt, is natuurlijk zéér leuk. Het feit dat
ik weet dat het eindwerk nu bij enkele duizenden mensen in de DVD-kast ligt, en dat er mensen die mij totaal niet kennen
toch gedurende 20 minuutjes met plezier naar onze studentenescapades zitten te kijken, maakt me wel een beetje trots...
A: Hoe ziet u Kurrel & Co. vandaag, nu dat u zich gevestigd hebt bij de Belgische
televisie? Indien u het nu zou opnemen wat zou u eventueel anders doen?
LB: Nu zou er natuurlijk veel anders aangepakt worden: het scenario zou snediger,
spannender, enz… ineenzitten. De regie zou professioneler zijn, enz… Maar al bij al had ik nooit gedacht dat ik 5 jaar
na datum nog iets ging overhouden, en dat ik -met wat ik ondertussen geleerd heb- met 2 open ogen nog durf kijken
naar Kurrel & Co., en dat is toch iets.
A: Hoe ontwikkelde uw carrière zich sinds Kurrel & Co. en wat zijn uw ambities voor de
toekomst?
LB: Vlak na mijn eindwerk ben ik aangenomen op de VRT als regisseur en heb ik ongelooflijke
kansen gekregen (Bracke & Crabbé, De Laatste Week, Sportpersoonlijkheid van het Jaar, enz...) Daarna ben ik samen met een
ex-RITS docent een bedrijfje begonnen (beun én verpooten), en hebben we ook daarmee al zeer leuke dingen mogen doen op de
VRT (Nachtwacht, TV.gasten, Advocaat vd Duivel, alle laatste verkiezingshows, opstart van Sporza, enz...). En ik kan in primeur
zeggen dat ik nu op dit eigenste moment bezig ben aan een project waar de geest van de Kapitein niet heel ver weg is...
Ludovic Beun - hartelijk dank. We wensen u veel succes en geluk voor de toekomst.
Avonturier
|