
Kapitein Zeppos auto: Eglantier & Tweng
Het
vervoermiddel dat Kapitein Zeppos verkoos in de tweede en derde reeks was een zeer opvallende wagen.
De Amphicar werd ontworpen door Hans Trippel (1908-2001) en geproduceerd in Berlijn, Duitsland. Tussen 1961 en 1968 werden
ongeveer 4000 auto's gemaakt. The Amphicar Corporation was een onafhankelijke firma zonder bindingen met andere grote
automerken.
Oorspronkelijk werd de firma gesubsidieerd door de Duitse regering. De wagens werden echter voorzien van een Britse motor
afkomstig uit de Triumph Herald.
Zoals
de naam suggereert was het de bedoeling dat Amphicar zich even goed thuis voelde op het water als op de weg. Met een snelheid
van 7 mph op het water en 70 mph op het land werd de wagen al snel bekend onder de naam "Model 770". In tegenstelling tot de
publiciteit, was de wagen in het water echter weinig wendbaar. In het interview voor Nieuwe maandag op de VRT, herinnert
Senne Rouffaer zich dat "De voorste wielen gebruikt werden als roeren, maar de wagen was allesbehalve wendbaar in het water.
Bij de minste beweging schudde de Amphicar van de ene kant naar de andere in het water." Ondanks dit komen veel Amphicar
eigenaars regelmatig bijeen om 'swim-ins' te houden, waarbij deze unieke wagens voor het plezier te water gelaten worden. Het
overgrote deel van de nog resterende Amphicars bevindt zich in Amerika. Van de resterende 1000 zijn er nog ongeveer 500 die
kunnen varen. Een handvol wagens zijn nog terug te vinden in Europa, waarschijnlijk minder dan 100.
De Amphicar verwierf door de jaren heen een echte cultstatus en is ondertussen een zeldzaam verzamelobject geworden. De auto
verscheen in verschillende films, pop video's en was zelfs te zien in de klassieke Britse televisie serie De Wrekers
(The Avengers) in de aflevering
Castle De'Ath (oktober 1965).